Stazora

Nederlands

Veelgestelde vragen

In het kort: Deze pagina beantwoordt veelgestelde vragen over ETF-beleggen en de rekentool: waarom 6% rendement dient als rekenaanname als startpunt, hoe maandelijkse compounding werkt, hoe lopende fondskosten (TER) op de lange termijn het eindkapitaal verminderen, hoe inflatie koopkracht beïnvloedt en hoe Europese regelgeving effecten bij brokers beschermt via vermogensscheiding.

De ETF-calculator

Waarom rekent de calculator met 6% rendement?

6% per jaar vóór kosten is een aanname om mee te rekenen, geen verwachting of voorspelling. Het is de startwaarde in de calculator; je past het zelf aan, van 1% tot 15%. Echte rendementen verschillen per jaar en kunnen negatief zijn; probeer daarom ook eens een lager of hoger rendement.

Wanneer wordt mijn inleg bijgeschreven?

Het startbedrag staat er vanaf het begin in. De maandelijkse inleg komt er aan het eind van elke maand bij. Meer hierover staat op Zo rekent de ETF-calculator.

Kan ik de kosten van een ander fonds invullen?

Ja. Kies ‘Eigen kosten invoeren’ in de lijst met fondsen en vul de lopende kosten (TER) in, van 0,01% tot 2,5% per jaar. De TER van een fonds staat in het Essentiële-informatiedocument en op de factsheet van de aanbieder.

Kan ik een berekening delen of bewaren?

Ja. De deelknop kopieert een link met al je instellingen. Wie de link opent, ziet dezelfde berekening. De instellingen staan achter het #-teken in het adres; browsers sturen dat deel niet naar de server. De rekenvoorbeelden gebruiken zulke links ook.

Wat is het verschil tussen nominaal en reëel rendement?

Nominaal rendement is de procentuele groei van een belegging op papier vóór correctie voor prijsstijgingen. Reëel rendement is wat overblijft na aftrek van inflatie, wat de werkelijke toename van je koopkracht weergeeft. Als een portefeuille bijvoorbeeld groeit met 6% terwijl de inflatie 2% bedraagt, is de reële koopkrachtgroei ongeveer 4%. Je kunt zien hoe inflatie de uitkomst beïnvloedt in de koopkracht-calculator.

Hoeveel geld moet je per maand beleggen?

Er is geen vast of verplicht minimumbedrag om te beleggen in ETF’s. Een belangrijk uitgangspunt is om alleen geld te beleggen dat je voor een lange beleggingshorizon van vele jaren kunt missen. Voordat je start met periodiek inleggen, is het verstandig om eerst een spaarbuffer op een direct opvraagbare spaarrekening aan te houden. Praktische stappen voor je maandelijkse budget vind je in de gids beginnen met beleggen.

Waarom is periodiek maandelijks beleggen belangrijk?

Door elke maand een vast bedrag in te leggen, spreid je aankopen over verschillende beursmomenten in het jaar. Deze vorm van periodiek inleggen voorkomt de verleiding om de markt te timen, wat onvoorspelbaar en lastig vol te houden is. Op de lange termijn zorgt dit ervoor dat samengesteld rendement kan aangroeien op zowel eerdere winsten als nieuwe stortingen. Hoe maandelijkse inleg doorwerkt, lees je in hoe de ETF-calculator werkt.

Hoe bouwt samengesteld rendement zich op over de tijd?

In de beginjaren lijkt vermogensgroei traag te verlopen omdat het rendement op een bescheiden startkapitaal nog klein is. Naarmate de beleggingshorizon langer wordt dan vijftien of twintig jaar, gaan opgebouwde rendementen zelf ook weer rendement opleveren. Deze versnelling is het kenmerk van samengesteld rendement, waardoor de vermogenscurve steeds steiler stijgt. Een uitgebreide toelichting op deze werking staat in het artikel over rente op rente.

Kosten

Wat is de TER?

De Total Expense Ratio, ook wel lopende kosten: wat een fonds per jaar kost, als percentage van het belegde bedrag. Je betaalt het niet apart; het gaat doorlopend van het fondsvermogen af. Meer in de begrippenlijst.

Wat is het verschil tussen bruto en netto?

Bruto is het saldo zonder fondskosten, netto het saldo na aftrek van de TER. Het verschil is de kosten-erosie: wat de fondskosten over de hele looptijd kosten, inclusief het rendement dat dat geld anders had opgeleverd.

Waarom maakt een klein verschil in kosten zoveel uit?

De kosten (TER) gaan elk jaar opnieuw van je rendement af, en wat je daardoor misloopt groeit ook niet meer mee. Met de voorbeeldinstellingen (€5.000 start, €500 per maand, 25 jaar, 6% bruto per jaar) is het verschil bij 0,14% kosten ongeveer €8.134, bij 0,20% ongeveer €11.555. Zie ook de rekenvoorbeelden.

Beleggen brengt risico’s op kapitaalverlies met zich mee. De berekeningen van deze calculator zijn uitsluitend indicatief en vormen geen financieel of beleggingsadvies in de zin van de Wet op het financieel toezicht. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Zitten transactiekosten in de berekening?

Nee. De calculator rekent alleen met de lopende kosten van het fonds. Wat je broker per aankoop rekent, de spread en de valutakosten zitten er niet in. Bij kleine maandbedragen kunnen vaste transactiekosten zwaar wegen: €1 op een aankoop van €100 is 1%.

Wat is dividendlekkage, en zit dat erin?

Belasting op dividend die een fonds in het land van een bedrijf betaalt en niet kan terugkrijgen. Het verlaagt het rendement, maar staat niet in de TER. De calculator rekent er niet mee. Meer in de begrippenlijst.

Hoe actueel zijn de kosten van de fondsen in de lijst?

De kosten komen uit de documenten van de fondsaanbieders, zoals de factsheet. De laatste controle was in november 2026. Kosten kunnen sindsdien zijn veranderd: kijk voor de actuele kosten in het Essentiële-informatiedocument of op de factsheet van de aanbieder.

Wat is het verschil tussen tracking difference en tracking error?

De tracking difference meet het totale rendementsverschil tussen een ETF en de onderliggende index over een heel jaar of een langere periode. De tracking error meet daarentegen de beweeglijkheid van die dagelijkse rendementsverschillen en laat zien hoe nauwkeurig het fonds de index volgt. Waar de kostenratio een vaste aftrek vormt, toont de tracking difference het werkelijk behaalde resultaat ten opzichte van de index. Een complete toelichting hierop vind je in wat kost een ETF.

Wat is de spread bij het kopen van een ETF?

De spread is het verschil tussen de biedkoers (wat kopers willen betalen) en de laatkoers (wat verkopers vragen) op de effectenbeurs. Dit koersverschil is een indirecte transactiekost die naar marktmakers gaat en geen vaste beheervergoeding van het fonds. Veel handelsvolume en een hoge liquiditeit zorgen doorgaans voor een kleinere, nauwere spread. Meer over de kosten van transacties lees je in wat kost aandelen kopen.

Wat zijn valutakosten en wanneer treden ze op?

Valutakosten ontstaan wanneer je een fonds koopt dat noteert in een andere valuta dan het saldo van je beleggingsrekening. Brokers rekenen doorgaans een valutamarge, met een tarief dat per broker verschilt, wanneer euro’s moeten worden omgewisseld voor vreemde valuta. Ook de interne basismunt van het fonds kan voor omrekeningen zorgen als die afwijkt van de handelsvaluta. Meer uitleg over valutakosten en bijkomende heffingen vind je in wat kost een ETF.

Kan de tracking difference kleiner zijn dan de TER?

Ja, de tracking difference van een fonds kan kleiner uitvallen dan de gepubliceerde TER. Fondsbeheerders kunnen extra inkomsten genereren door stukken uit de portefeuille tijdelijk uit te lenen aan institutionele partijen tegen onderpand. Die opbrengsten vloeien deels terug naar het fonds en compenseren een deel van de lopende kosten. Hoe deze indexvolging in de praktijk uitpakt, staat beschreven in wat kost een ETF.

Wat is het uitlenen van effecten (securities lending) bij een ETF?

Het uitlenen van effecten is een praktijk waarbij de fondsbeheerder tijdelijk aandelen uit het fonds uitleent aan marktpartijen tegen een vergoeding. De lener stelt onderpand beschikbaar zolang de lening loopt om het kredietrisico te beperken. De netto-opbrengst van deze effectenlening komt ten goede aan het fonds en verlaagt de netto impact van de TER. Hoe fondsen dit vermelden op overzichten, lees je in zo lees je een factsheet.

Belasting en inflatie

Rekent de calculator met belasting?

Nee. De calculator rekent zonder belasting, transactiekosten of dividendbelasting. Belastingregels verschillen per land en per persoon: kijk bij de belastingdienst van jouw land of raadpleeg een gekwalificeerde belastingadviseur.

Dit is algemene uitleg, geen belasting- of beleggingsadvies. Voor je eigen situatie kun je terecht bij een gekwalificeerde belastingadviseur, een financieel adviseur met een AFM-vergunning of de Belastingdienst.

Hoe werkt belasting op beleggen in Nederland (Box 3)?

De calculator rekent hier niet mee. In Nederland valt sparen en beleggen onder Box 3. De actuele regels staan bij de Belastingdienst.

Dit is algemene uitleg, geen belasting- of beleggingsadvies. Voor je eigen situatie kun je terecht bij een gekwalificeerde belastingadviseur of de Belastingdienst.

Houdt de uitkomst rekening met inflatie?

Alleen als je dat zelf kiest. Standaard zijn alle bedragen zonder inflatiecorrectie. Onder ‘Geavanceerd’ kun je een inflatie per jaar invullen; dan staan alle bedragen in huidig geld. Dat percentage is een aanname die je zelf kiest: de calculator gebruikt geen echte inflatiecijfers.

Waarom is fondsdomicilie in Ierland of Luxemburg belangrijk voor dividendbelasting?

Europese ETF’s zijn vrijwel altijd gevestigd in Ierland of Luxemburg omdat beide landen geen lokale bronbelasting heffen op uitkeringen aan internationale beleggers. Voor wereldwijde aandelenfondsen biedt een Iers domicilie een specifiek voordeel via het belastingverdrag met de Verenigde Staten, waardoor Amerikaanse bronbelasting halveert van 30% naar 15%. Dit verdragsvoordeel vermindert de interne dividendkosten voor Europese beleggers. De vestigingslanden van populaire indexfondsen staan in het ETF-overzicht.

Voorkomt een accumulerende ETF dividendlekkage?

Nee. Buitenlandse bronbelasting wordt ingehouden in het land van herkomst voordat het dividend op de rekening van het fonds binnenkomt. Omdat deze inhouding binnen in het fonds plaatsvindt, heeft een accumulerende variant exact evenveel last van dividendlekkage als een uitkerende variant. De aandelenklasse bepaalt uitsluitend wat er daarna met het netto dividend gebeurt, niet wat er vooraf aan bronbelasting is ingehouden. Meer over dit mechanisme staat in wat kost een ETF.

Hoe vermindert inflatie de koopkracht van je rendement?

Over langere periodes zorgt inflatie ervoor dat het algemene prijspeil stijgt en geld minder waard wordt. Zelfs als een belegging op papier een gezond samengesteld rendement laat zien, kun je voor hetzelfde bedrag over twintig jaar minder kopen dan vandaag. Rekenen met reële koopkracht geeft daarom een realistischer beeld van wat opgebouwd vermogen in de toekomst echt waard is. Dit verschil kun je zelf narekenen in de koopkracht-calculator.

Fondsen en brokers

Waarom staan er alleen UCITS-fondsen in de lijst?

Fondsen voor particulieren in de EU vallen onder de Europese UCITS-regels en hebben een Essentiële-informatiedocument. Amerikaanse ETF’s hebben dat meestal niet en worden daarom in de EU niet aan particulieren aangeboden. De calculator toont alleen fondsen die je hier kunt kopen.

Wat is het verschil tussen een accumulerende en een distribuerende ETF?

Eén fonds heeft vaak twee aandelenklassen: een accumulerende (herbeleggende) variant en een distribuerende (uitkerende) variant. Beide klassen hebben exact dezelfde beleggingen in de portefeuille en rekenen dezelfde lopende kosten. Het verschil zit in wat de beheerder met dividend doet: direct herbeleggen in het fonds, of periodiek uitkeren naar je rekening. Je ziet hoe dit werkt bij populaire fondsen in het ETF-overzicht.

Wat is een ISIN en waarom is dat belangrijk?

De ISIN is de unieke identificatiecode van een fonds. Hetzelfde fonds kan op verschillende beurzen of in verschillende valuta een compleet andere ticker hebben, maar de ISIN verandert niet. Daardoor is de ISIN de meest betrouwbare manier om het juiste fonds bij je broker te vinden. De ISIN-codes van populaire indexfondsen staan in het ETF-overzicht.

Wat is het verschil tussen het Eid en de factsheet?

Het Eid (essentiële-informatiedocument) volgt een wettelijk verplicht formaat onder Europese PRIIPs-regels, heeft een vaste indeling en telt maximaal drie A4’tjes. De factsheet is het eigen maandelijkse overzicht van de uitgever en is niet wettelijk gestandaardiseerd. Het Eid volgt bij elke aanbieder dezelfde opbouw, terwijl de factsheet praktische maandelijkse gegevens biedt zoals het fondsvermogen en de grootste belangen. Een stapsgewijze uitleg van beide documenten vind je in zo lees je een factsheet.

Wat betekent de risico-indicator in het Eid?

De risico-indicator is een schaal van 1 (lager risico) tot 7 (hoger risico) die marktrisico en kredietrisico combineert. Een lagere score wijst op kleinere koersschommelingen in het verleden, maar een 1 is nooit geheel risicovrij. In datzelfde onderdeel van het Eid staat ook de indicatieve periode van bezit voor het fonds. Meer over deze indeling lees je in zo lees je een factsheet.

Hoe wordt een beursindex samengesteld?

In een marktwegende index zoals de MSCI World worden bedrijven gewogen op basis van hun vrij verhandelbare marktkapitalisatie. Dit betekent dat de grootste bedrijven en landen de zwaarste stempel drukken op het totale rendement. De indexaanbieder controleert de samenstelling periodiek tijdens een herweging om rekening te houden met koerswijzigingen en nieuwe beursnoteringen. Hoe dit in de praktijk werkt, lees je bij de uitleg over de MSCI World.

Wat is het verschil tussen de S&P 500 en een wereldwijde index?

De S&P 500 volgt ongeveer 500 grote bedrijven die allemaal uit de Verenigde Staten komen. Een wereldwijde index zoals de MSCI World of FTSE All-World biedt een bredere spreiding over duizenden ondernemingen in meerdere landen. Wie alleen in de S&P 500 belegt, heeft te maken met een geografisch concentratierisico en een valutarisico in Amerikaanse dollars. Deze verschillen worden toegelicht op de pagina over de S&P 500.

Beschermt een hoogdividendfonds tegen een beursdaling?

Nee. Een nadruk op een hoger dividendrendement beschermt niet vanzelf tegen een beursdaling. Beurskoersen bewegen nog steeds mee met de markt en bedrijven kunnen hun dividend in economisch mindere tijden verlagen of schrappen. Een hoogdividendfonds heeft simpelweg een andere samenstelling van bedrijven, geen beschutte portefeuille. Lees meer over de werking van deze fondsen op de pagina over de All-World High Dividend.

Hoe is de brokerlijst samengesteld?

Deze lijst toont brokers die particuliere beleggers in Nederland bedienen. De volgorde is alfabetisch en voor elk fonds gelijk, ongeacht eventuele vergoedingen.

Wat is een ETF en hoe werkt het?

Een ETF (Exchange-Traded Fund) is een beursgenoteerd beleggingsfonds dat tijdens openingsuren continu verhandelbaar is op de effectenbeurs. De meeste ETF’s werken als een passief indexfonds dat een vaste index met honderden of duizenden effecten volgt. Door één aandeel van een ETF te kopen, bezit je direct een klein stukje van alle onderliggende ondernemingen tegelijk. Een rustige introductie vind je in het overzicht beginnen met beleggen.

Wat is het verschil tussen een ETF en een traditioneel beleggingsfonds?

Een ETF verhandelt gedurende de beursdag tegen wisselende marktprijzen, terwijl een traditioneel beleggingsfonds doorgaans één keer per dag direct via de fondsbeheerder afrekent tegen de intrinsieke waarde. Veel traditionele beleggingsfondsen worden actief beheerd om de markt te verslaan, wat leidt tot doorgaans hogere beheerkosten. Passieve index-ETF’s volgen daarentegen automatisch een vaste index en rekenen daardoor een veel lagere TER. De verschillen worden besproken in beginnen met beleggen.

Wat is het verschil tussen fysieke en synthetische replicatie?

Bij fysieke replicatie koopt en bezit de fondsbeheerder daadwerkelijk de aandelen die in de onderliggende index zijn opgenomen. Synthetische replicatie gebruikt een swapovereenkomst met een financiële instelling om het indexrendement te leveren zonder alle aandelen zelf te bezitten. Beide vormen vallen onder Europese UCITS-regelgeving met strenge onderpandeisen, al vermijdt fysieke replicatie het tegenpartijrisico van derivaten. Hoe je de replicatiemethode herkent, zie je in zo lees je een factsheet.

Wat is het verschil tussen de MSCI World en FTSE All-World index?

De MSCI World index volgt grote en middelgrote bedrijven in 23 ontwikkelde markten en laat opkomende economieën geheel buiten beschouwing. De FTSE All-World index omvat daarentegen zowel ontwikkelde landen als opkomende markten in tientallen landen wereldwijd. Hoewel beide indices bedrijven wegen op marktomvang en grotendeels dezelfde topbedrijven bevatten, biedt FTSE All-World een bredere geografische spreiding in één fonds. Vergelijk beide constructies op de MSCI World pagina en de FTSE All-World pagina.

Wat is de FTSE Global All Cap index en wat zit daarin?

De FTSE Global All Cap index biedt een brede dekking van de wereldwijde aandelenmarkt door grote, middelgrote en small-caps bedrijven op te nemen. De index omvat duizenden ondernemingen in ontwikkelde en opkomende landen. Bedrijven worden gewogen op basis van hun vrij verhandelbare marktkapitalisatie, waardoor marktleiders zwaar meewegen maar ook kleinere ondernemingen meetellen. Meer bijzonderheden over dit fonds vind je op de FTSE Global All Cap pagina.

Hoe werkt valutarisico bij wereldwijde ETF’s die in euro’s noteren?

Een wereldwijd fonds kopen met een koers in euro’s sluit valutabewegingen ten opzichte van buitenlandse munten niet uit. De onderliggende bedrijven noteren in hun eigen valuta, waardoor de waarde in euro’s meebeweegt met wisselkoersen ten opzichte van de basismunt. Als de euro sterker wordt ten opzichte van de Amerikaanse dollar, worden dollars op papier minder euro’s waard, wat zorgt voor extra volatiliteit. Hoe dit werkt bij Amerikaanse fondsen lees je op de pagina over de S&P 500.

Hoe beschermen Europese regels je beleggingen bij een broker?

Onder Europese regelgeving zijn brokers verplicht om strikte vermogensscheiding toe te passen voor al hun beleggers. Deze wettelijke scheiding zorgt ervoor dat je portefeuille wordt ondergebracht in een apart bewaarbedrijf, los van het eigen vermogen van de broker. Mocht een broker failliet gaan, dan horen jouw afgezonderde ETF-aandelen volgens de regels niet tot de boedel van de broker. Een overzicht van bewaarstructuren vind je in de toelichting zo werkt een broker.

Wat is een noodbuffer en waarom heb je die nodig voor je gaat beleggen?

Een noodbuffer is een reserve aan direct opvraagbaar spaargeld om onvoorziene uitgaven zoals woningonderhoud of kapotte apparaten op te vangen. Voldoende liquiditeit voorkomt dat je gedwongen wordt om beleggingen met verlies te verkopen tijdens een beursdaling. Omdat aandelenbeleggingen een lange beleggingshorizon vragen, adviseren instanties zoals het Nibud om eerst deze buffer op te bouwen voor je begint. Meer over een verantwoorde voorbereiding lees je in beginnen met beleggen.

Wat is de herweging (rebalancing) van een index en hoe gebeurt dat?

Indexaanbieders voeren periodiek een controle uit, genaamd een herweging, om te zorgen dat de index de markt nauwkeurig blijft weerspiegelen. Tijdens deze vaste meetmomenten worden gegroeide bedrijven toegevoegd of zwaarder gewogen, terwijl gekrompen bedrijven in gewicht dalen of verdwijnen. Omdat indexfondsen de marktbeweging volgen, leiden veranderingen in marktkapitalisatie tot aanpassingen in de portefeuille door de beheerder. Hoe dit werkt bij wereldwijde indices lees je op de MSCI World pagina.

Aandelen

Kan ik de calculator voor aandelen gebruiken?

De calculator is gebouwd voor ETF’s: hij rekent met een aangenomen rendement per jaar en met de lopende kosten (TER) van een fonds. Een los aandeel heeft geen TER en een eigen koersverloop dat je niet kunt voorspellen, dus de uitkomst past daar niet bij. Voor een gespreid fonds geeft hij wel een beeld. Meer over het verschil lees je bij ETF of losse aandelen?.

Wat is het verschil tussen een aandeel en een ETF?

Een aandeel is een klein stukje van één bedrijf. Een ETF is een fonds met stukjes van veel bedrijven. Een uitleg met een verzonnen voorbeeld staat op ETF of losse aandelen?.

Neemt spreiding al het risico weg?

Nee. Brede spreiding over veel bedrijven vermindert de impact wanneer één specifiek bedrijf tegenvalt, maar neemt het marktrisico niet weg. Als beurskoersen door een economische tegenslag over de hele linie dalen, zakt ook de waarde van een gespreid fonds. Het bedrijfsspecifieke risico wordt kleiner, maar de volatiliteit van de markt blijft bestaan. Meer over dit verschil lees je bij het risico van één bedrijf.

Kan de beurs hard dalen, en hoe lang kan herstel duren?

Ja, aandelenmarkten kunnen fors dalen en herstel kan jaren duren. Na het uiteenspatten van de dotcombubbel daalde de Nasdaq Composite met 77,9% en duurde het ruim vijftien jaar voordat de stand van maart 2000 weer werd overtroffen; de S&P 500 daalde 49,1% en sloot in mei 2007 weer boven zijn oude top. Deze historische volatiliteit toont waarom beleggen een lange beleggingshorizon vraagt. Een overzicht van deze periode staat in het artikel over de dotcombubbel.

Waarom vraagt een daling van 50% een stijging van 100% om te herstellen?

Het herstellen van een verlies vraagt altijd een grotere procentuele stijging dan de voorafgaande daling, omdat de winst wordt berekend over een kleiner overgebleven bedrag. Als een inleg van €100 met 50% daalt tot €50, is een stijging van 100% over die €50 nodig om weer op €100 uit te komen. Zo had de S&P 500 na het dieptepunt van de dotcombubbel een stijging van ongeveer 97% nodig om zijn eerdere top te bereiken. Deze rekenkundige werking van het totaalrendement staat toegelicht in het artikel over de dotcombubbel.

Wat is een effectenbeurs?

Een effectenbeurs is een gereguleerd handelsplatform waar vragers en aanbieders samenkomen om effecten zoals aandelen en ETF’s te verhandelen. Bekende Europese handelsplatformen zijn onder meer Euronext Amsterdam, Deutsche Börse Xetra en de London Stock Exchange. De beurs zorgt voor een centraal orderboek en transparante openingstijden, wat bijdraagt aan een ordelijke prijsvorming en liquiditeit. De basis van aandelenhandel vind je in het artikel wat is een aandeel.

Wat is een limietorder en waarom wordt die gebruikt?

Een limietorder is een orderopdracht waarbij je een maximale koopprijs of een minimale verkoopprijs vastlegt. In tegenstelling tot een bestensorder die direct tegen de dan geldende marktprijs afrekent, voorkomt een limietorder dat je onverwacht veel betaalt. Deze ordervorm beschermt beleggers tegen plotse koersschommelingen op de beurs tijdens volatiele handelsmomenten. Meer uitleg over ordertypes vind je in het artikel over wat kost aandelen kopen.

Wat is marktkapitalisatie?

De marktkapitalisatie is de totale beurswaarde van een beursgenoteerd bedrijf. Dit bedrag wordt berekend door de actuele beurskoers te vermenigvuldigen met het totale aantal uitstaande aandelen van de onderneming. In marktwegende indexfondsen bepalen bedrijven met een grotere marktkapitalisatie een groter percentage van het fonds dan kleinere ondernemingen. Meer uitleg over de waarde van een individueel aandeel staat in het artikel wat is een aandeel.

Wat is concentratierisico bij beleggen?

Concentratierisico ontstaat wanneer een groot deel van je beleggingen afhankelijk is van één enkel bedrijf, één land of één specifieke sector. Als die ene onderneming of bedrijfstak in zwaar weer raakt, kan de waarde van je hele portefeuille hard dalen. Het aanbrengen van een brede spreiding over duizenden bedrijven helpt om dit concentratierisico te beperken. Een analyse van bedrijfsspecifieke risico’s lees je bij het risico van één bedrijf.

Je gegevens

Worden mijn ingevulde bedragen opgeslagen of verstuurd?

Nee. De calculator draait in je eigen browser. De cijfers die je invult worden nergens naartoe gestuurd. Een deellink bewaart je scenario achter het #-teken in het adres; browsers sturen dat deel niet naar de server. Zie ook de privacypagina.