Stazora

Nederlands

Wat de dotcombubbel leert over lang beleggen

Een rustig, open zandstrand bij eb in zacht ochtendlicht.

In het kort: De dotcombubbel was een historische beurshausse rond het jaar 2000, gedreven door speculatie in internetbedrijven, gevolgd door een zware koersval. De periode toont aan dat concentratie in één populaire sector grote risico’s met zich meebrengt, terwijl brede wereldwijde spreiding over sectoren en een lange beleggingshorizon kunnen helpen een crash te doorstaan, zonder garantie. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Maart 2000: de top

Eind jaren negentig groeiden internet- en technologiebedrijven in een hoog tempo. De aandelenkoersen stegen snel mee. De technologie-zware Nasdaq Composite bereikte een top (slotkoers) van 5.048,62 op 10 maart 2000. De brede S&P 500 index volgde kort daarna met een top van 1.527,46 op 24 maart 2000. Daarna veranderde de stemming op de beurzen.

Twee en een half jaar omlaag

In de tweeënhalf jaar die volgden, daalden de koersen flink. Beide indexen bereikten hun dieptepunt op 9 oktober 2002. De Nasdaq was vanaf de top met 77,9% gedaald naar een slotkoers van 1.114,11. De S&P 500 viel terug tot 776,76, een daling van 49,1%.

MeetpuntNasdaq CompositeS&P 500
Piek (slotstand)5.048,62 op 10 maart 20001.527,46 op 24 maart 2000
Dal (slotstand)1.114,11 op 9 oktober 2002776,76 op 9 oktober 2002
Daling−77,9%−49,1%
Weer boven de slotstand van 200023 april 2015 (5.056,06)30 mei 2007 (1.530,23); na 2008 er weer onder, vanaf 2013 definitief erboven
Vergelijking van de dotcombubbel-daling en het herstel voor de Nasdaq Composite en S&P 500 (2000–2015)

In deze jaren daalde de papieren waarde van beleggingen in deze indexen hard. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

De lange weg terug

Vanaf eind 2002 begon de weg omhoog. Het duurde lang voordat de koersen weer boven het niveau van de top in maart 2000 sloten. Voor de S&P 500 was dit op 30 mei 2007 (met een slot van 1.530,23). Na 2008 viel deze index door een nieuwe crisis weer terug tot onder die grens, om er vervolgens vanaf 2013 blijvend boven te blijven.

Voor de Nasdaq duurde het veel langer. Pas op 23 april 2015, ruim vijftien jaar na de piek, brak deze index weer door de oude top heen met een slotkoers van 5.056,06.

Dit zijn de cijfers op basis van de koers van de index, zonder uitgekeerde dividenden mee te rekenen. Voor beleggers in een herbeleggend fonds was de wachttijd korter.

Waarom de helft verliezen een verdubbeling vraagt

Een daling herstellen vraagt altijd een grotere procentuele stijging dan de daling zelf. Als een bedrag van €100 daalt met 50% tot €50, dan is er een stijging van 100% nodig om weer terug op €100 te komen.

Voor de S&P 500 was de rekensom na de daling als volgt: de top van 1.527,46 gedeeld door het dieptepunt van 776,76 is 1,97. Vanaf het laagste punt had de index dus ongeveer 97% stijging nodig om te herstellen.

De Nasdaq stond voor een nog grotere opgave. De top van 5.048,62 gedeeld door de bodem van 1.114,11 is 4,53. Om dat verlies in te lopen, was vanaf het dieptepunt een stijging van ongeveer 353% nodig.

Wat bleef inleggen wel en niet deed

Mensen die kozen voor periodiek inleggen maakten deze periode anders mee. Wie bleef inleggen, kocht een deel van de beleggingen tegen lagere koersen. Omdat een vast maandelijks bedrag op een dieptepunt meer stukken koopt dan op een top, daalde de gemiddelde aankoopprijs in deze jaren.

Dit nam echter niet weg dat portefeuilles op papier lange tijd in de min stonden. Wat het eindresultaat na de bubbel precies was, hing af van het moment dat iemand begon, de totale beleggingshorizon en de verhouding tussen de maandelijkse inleg en het bedrag dat al belegd was.

Wat de geschiedenis niet vertelt

Deze getallen gaan over één specifieke periode in één markt. De geschiedenis laat hier zien dat spreiding over veel bedrijven en landen het verschil kleiner maakte. Een index verspreid over verschillende sectoren, zoals de S&P 500, daalde minder hard dan de technologie-zware index. Een wereldwijde index zoals de FTSE All-World verspreidt een inleg nog verder.

Beide indexen kwamen uiteindelijk weer boven hun top van 2000, maar dat zegt niets zeker over de toekomst. Met deze cijfers trekken we geen parallel met huidige markten of sectoren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Wat de calculator niet kan

De ETF-calculator van Stazora laat zien hoe rente op rente en samengesteld rendement werken. De ETF-calculator rekent met een vast rendement per jaar. Hij kan geen beurscrash, schommelingen of de volgorde van goede en slechte jaren laten zien. Je leest meer over deze beperkingen bij de Aannames en grenzen. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Bronnen

  • Slotstanden van de Nasdaq Composite: Nasdaq, Inc., via FRED, Federal Reserve Bank of St. Louis (in het Engels), gecontroleerd op 2 oktober 2026.
  • Slotstanden van de S&P 500: S&P Dow Jones Indices, zoals vastgelegd in het overzicht van indexmijlpalen van CNBC, gecontroleerd op 2 oktober 2026. Alleen slotstanden, zonder dividend.