Stazora

Nederlands

Koopkracht berekenen

Wat is een bedrag na een aantal jaren nog waard aan koopkracht, en wat heb je dan nodig om hetzelfde te kopen? Kies zelf een inflatiepercentage en een aantal jaren.

Een rekenvoorbeeld

Stel dat je zelf 3% per jaar kiest. Dan is €10.000 na 10 jaar nog €7.441 waard in het geld van nu: het heeft ongeveer 26% van zijn koopkracht verloren. Om dan te kopen wat je nu voor €10.000 koopt, heb je €13.439 nodig. Het percentage is alleen een voorbeeld dat je zelf kiest, geen voorspelling.

NaWaard in geld van nuNodig voor dezelfde aankopen
5 jaar€8.626€11.593
10 jaar€7.441€13.439
20 jaar€5.537€18.061
30 jaar€4.120€24.273
€10.000 bij een inflatie van 3% per jaar, gekozen als voorbeeld.

Zo rekent het. Als de prijzen elk jaar met hetzelfde percentage stijgen, koopt hetzelfde bedrag elk jaar minder. De tool deelt het bedrag voor elk jaar één keer door (1 + inflatie): waarde in geld van nu = bedrag ÷ (1 + inflatie)jaren. Het bedrag dat je nodig hebt, is dezelfde factor andersom: bedrag × (1 + inflatie)jaren.

Zo lees je de uitkomst. Het verlies loopt niet recht op: bij 3% per jaar verliest €10.000 in de eerste 10 jaar €2.559 aan koopkracht en in de 10 jaar daarna €1.904, omdat de stijging elk jaar over een kleiner reëel bedrag gaat. De twee getallen beantwoorden verschillende vragen: wat je geld nog waard is, en wat je nodig hebt om bij te blijven.

Wat het niet is. Er is bewust geen standaardpercentage ingevuld: de uitkomst hoort bij het percentage dat jij kiest. Echte inflatie verschilt per jaar en per soort uitgave, en de tool zegt niets over wat spaargeld of beleggingen opleveren. Wil je beleggen en inflatie samen zien, kies dan een inflatie onder Geavanceerd in de ETF-calculator.

Waar het vandaan komt. Alleen de formule en je eigen invoer. De tool gebruikt geen externe gegevens en slaat niets op.

Zo werkt de berekening

De tool vermenigvuldigt het prijspeil voor elk jaar één keer met (1 + inflatie). Neem €10.000 bij 3% per jaar over 10 jaar. De factor is 1,03 tot de macht 10, ongeveer 1,3439. Waarde in geld van nu = 10.000 ÷ 1,3439 = €7.441. Nodig voor dezelfde aankopen = 10.000 × 1,3439 = €13.439. Het percentage is altijd er een dat jij kiest; de tool vult nooit zelf iets in.

Twee situaties met een percentage dat je zelf kiest

Spaargeld dat blijft liggen. Iemand heeft €25.000 op een spaarrekening staan en vraagt zich af wat dat over 15 jaar betekent. Kiest die persoon 2% per jaar, dan is het bedrag in het geld van nu nog €18.575 waard (ongeveer 26% minder, een verlies van €6.425) en is er €33.647 nodig voor dezelfde aankopen. Na 30 jaar bij hetzelfde gekozen percentage is het €13.802 waard (ongeveer 45% minder) en is er €45.284 nodig.

Een maandbudget. Iemand geeft €1.500 per maand uit en kijkt 20 jaar vooruit. Kiest die 4% per jaar, dan is de factor ongeveer 2,1911: dezelfde aankopen kosten dan €3.287 per maand, en €1.500 koopt over 20 jaar wat nu €685 koopt (een verlies van ongeveer 54%). Bij een gekozen 2% per jaar is voor hetzelfde budget €2.229 per maand nodig. Het verschil tussen 2% en 4% laat zien hoeveel de uitkomst afhangt van het percentage dat je kiest, en niemand kan dat percentage vooraf weten.

Dit zijn rekenvoorbeelden bij percentages die je zelf kiest, geen voorspellingen. Echte prijsveranderingen verschillen per jaar en per soort uitgave, en niets hier zegt wat spaargeld of een belegging oplevert: rendementen kunnen negatief zijn en rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Veelgemaakte fouten bij het lezen van het resultaat

  • Het inflatiepercentage als bekend beschouwen. Het is een percentage dat je zelf kiest; echte inflatie verandert per jaar.
  • Nominale en reële bedragen door elkaar halen. Dezelfde euro’s kopen later minder, en dat toont de tool juist.
  • De tool gebruiken voor één prijs. De tool past één percentage toe op alles, terwijl prijzen van verschillende zaken verschillend bewegen.

Wat de berekening niet meeneemt

De tool past één vast percentage toe op alles. Echte prijzen bewegen niet gelijk: sommige kosten stijgen sneller dan andere, sommige dalen, en jouw uitgavenpatroon wijkt af van dat van een ander. Ook rente op spaargeld, beleggingsrendement, transactiekosten, belasting en veranderingen in je eigen inkomen blijven buiten beeld. De uitkomst beantwoordt maar één smalle vraag: wat een vast percentage doet met een bedrag dat gelijk blijft.

Vragen over koopkracht

Welk inflatiepercentage moet ik invullen?

Dat bepaal je zelf; de tool stelt er geen voor. Probeer er meerdere, bijvoorbeeld 1%, 2% en 4%, om te zien hoe breed de uitkomsten uiteenlopen. Geen ervan is een voorspelling.

Waarom is het benodigde bedrag groter dan het verlies?

Ze beantwoorden verschillende vragen. Het verlies meet je tegen het bedrag dat je hebt: €10.000 bij 3% over 10 jaar verliest €2.559. Het benodigde bedrag meet je tegen wat je wilt kopen: €13.439 is €3.439 meer dan nu, omdat je het oude bedrag met dezelfde factor vermenigvuldigt in plaats van erdoor deelt.

Zegt dit wat mijn spaargeld of beleggingen waard zijn?

Nee. De tool laat alleen het effect zien van het percentage dat je invult op een vast bedrag. Wat je spaargeld of beleggingen in dezelfde jaren doen, is een aparte vraag; wil je een belegging samen met inflatie zien, gebruik dan de geavanceerde instellingen van de ETF-calculator.

Verder lezen: