Stazora

Nederlands

Rekenvoorbeelden: beleggen in een ETF met inleg, looptijd en kosten

Elk voorbeeld laat zien wat de calculator uitrekent bij één scenario: wat je inlegt, wat het bruto en netto kan worden bij 6% rendement per jaar vóór kosten, en wat de fondskosten over de looptijd oplopen. Met de knop op elke pagina open je het voorbeeld in de calculator en pas je het zelf aan.

Een lange, rustig gebogen rij houten kralen.

€100 tot €1.000 per maand, 25 tot 40 jaar

Vier maandbedragen naast elkaar, €100 tot €1.000, elk met een eigen looptijd. Laat zien hoe de uitkomst meeschaalt en wat een langere looptijd toevoegt.

Eén houten kraal, helemaal stil.

Eenmalig €10.000 of €25.000, 30 jaar

Twee eenmalige bedragen, daarna niets meer inleggen. Laat zien hoe de kosten op het hele bedrag doorlopen en hoe dat zich verhoudt tot maandelijks inleggen.

Drie rijtjes kralen, het derde iets korter.

0,07%, 0,20% of 1,5% kosten vergeleken

Hetzelfde plan bij drie kostenniveaus naast elkaar, met hetzelfde rendement, zodat alleen het effect van de kosten overblijft.

Een rij kralen die geleidelijk groter worden.

Elk jaar 2% meer inleggen

€300 per maand, vast of elk jaar 2% hoger, 30 jaar lang.

De voorbeelden in één overzicht

VoorbeeldIngelegdNa kostenFondskosten
€100 tot €1.000 per maand, 25 tot 40 jaar€48.000€191.745€7.405
€500 per maand, 25 jaar€155.000€360.688€8.134
€10.000 ineens, 30 jaar€10.000€57.760€2.465
0,07%, 0,20% of 1,5% kosten€155.000€364.728 / €357.267 / €291.868€4.094 / €11.555 / €76.954
€300 per maand, elk jaar 2% meer€151.045€393.622€10.414
Elk voorbeeld rekent met 6% per jaar vóór kosten en, tenzij anders vermeld, een TER van 0,14%. “Fondskosten” is de kosten-erosie: het bruto saldo min het netto saldo.

Alle voorbeelden rekenen op dezelfde manier als de calculator: maandelijkse rente-op-rente, inleg aan het eind van elke maand en bedragen afgerond op hele centen. 6% per jaar wordt gerekend als 0,5% per maand, wat samengesteld neerkomt op ongeveer 6,17% per jaar. De 6% is een rekenvoorbeeld, geen voorspelling: echte rendementen verschillen per jaar en kunnen negatief zijn. Belasting, transactiekosten en inflatie zitten er niet in.

Twee patronen komen steeds terug. Kosten groeien mee met de tijd en met het belegde bedrag, dus de lange looptijden en de grotere plannen verliezen in euro’s het meest. Als deel van het bruto rendement blijven ze bij een TER van 0,14% tussen 3,8% en 4,9%, maar bij 1,5% nemen ze meer dan een derde.

Begrippen die je hier tegenkomt, zoals TER en kosten-erosie, staan in de begrippenlijst.