In het kort: In het Nederlandse belastingstelsel belast Box 3 het vermogen uit spaargeld en beleggingen, zoals aandelen en beleggingsfondsen (ETF’s zijn doorgaans zulke fondsen), verminderd met schulden. De heffing gebruikt een fictief rendement over de stand op 1 januari. Na uitspraken van de Hoge Raad kunnen belastingplichtigen via een tegenbewijsregeling aantonen dat hun werkelijke rendement lager was.
Wat box 3 omvat voor beleggers
Box 3 is het onderdeel van de inkomstenbelasting dat belastbaar inkomen uit sparen en beleggen regelt. De Belastingdienst rekent verschillende bezittingen tot deze categorie: banktegoeden, een tweede woning, losse aandelen, obligaties en aandelen in beleggingsfondsen. De meeste ETF’s zijn beleggingsfondsen, maar de Belastingdienst noemt ze op die pagina niet bij naam.
Voor binnenlandse belastingplichtigen geldt dat bezittingen wereldwijd moeten worden aangegeven: het maakt niet uit of je effectenrekening loopt bij een Nederlandse grootbank of bij een buitenlandse broker. De aangifte kan ook de bezittingen en schulden van een fiscale partner en minderjarige kinderen (onder de 18 op 1 januari) omvatten. Aandelen die behoren tot een aanmerkelijk belang (doorgaans een belang van 5% of meer in een vennootschap) vallen buiten box 3 en worden belast in box 2.
Dit is algemene uitleg, geen belasting- of beleggingsadvies. Voor je eigen situatie kun je terecht bij een gekwalificeerde belastingadviseur, een financieel adviseur met een AFM-vergunning of de Belastingdienst.
Het fictieve rendement en de peildatum
In het standaard wettelijke stelsel van box 3 kijkt de fiscus niet naar het exacte bedrag aan rente of dividend dat je op willekeurige dagen ontvangt. In plaats daarvan berekent de Belastingdienst een veronderstelde opbrengst via het zogeheten fictieve rendement.
Deze berekening rust op drie pijlers:
- De peildatum (1 januari): Voor de berekening gaat de Belastingdienst uit van de waarde van je bezittingen en schulden op 1 januari van het belastingjaar.
- Vermogenscategorieën: Bezittingen worden verdeeld over categorieën: banktegoeden, beleggingen en andere bezittingen (alles wat geen banktegoed is) en schulden. Elke categorie heeft een eigen fictief rendementspercentage; voor banktegoeden en schulden zijn de percentages van 2026 voorlopig tot begin 2027.
- Heffingsvrij vermogen: Binnen het fictieve stelsel is een deel van het vermogen vrijgesteld van belasting. Pas over het vermogen dat boven dit heffingsvrije vermogen uitkomt, wordt belasting berekend.
Het werkelijke rendement en de tegenbewijsregeling
Het fictieve stelsel heeft de afgelopen jaren tot grote juridische procedures geleid. In het bekende Kerstarrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het forfaitaire stelsel vanaf 2017 in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (bescherming van eigendom, samen met het discriminatieverbod) voor belastingplichtigen die over meer dan hun werkelijke rendement werden belast. Op 6 juni 2024 bevestigde de Hoge Raad in meerdere uitspraken dat ook de overbruggingswetgeving nog steeds in strijd is met het verdrag wanneer het berekende fictieve rendement hoger ligt dan het werkelijke rendement dat een belegger heeft behaald.
Als gevolg van deze jurisprudentie is de Wet tegenbewijsregeling box 3 ingevoerd, die op 19 juli 2025 in werking is getreden. Op basis van deze regeling moet de Belastingdienst het werkelijke rendement belasten wanneer een belastingplichtige aantoont dat dit lager is dan het fictief berekende rendement.
Bij het bepalen van het werkelijke rendement hanteert de Belastingdienst specifieke wettelijke uitgangspunten:
- Volledig kalenderjaar: Het werkelijke rendement omvat het inkomen dat je daadwerkelijk hebt ontvangen (zoals dividend) en de waardestijging of waardedaling van je bezittingen in het jaar, gerealiseerd of niet.
- Kosten niet aftrekbaar: In het algemeen kunnen kosten niet worden afgetrokken van het werkelijke rendement (bijvoorbeeld kosten van het kopen of verkopen van aandelen); er zijn uitzonderingen, zoals rente op schulden in box 3.
- Geen heffingsvrij vermogen bij werkelijk rendement: De Belastingdienst vermeldt uitdrukkelijk dat er bij de bepaling van het werkelijke rendement géén vrijstelling of heffingsvrij vermogen geldt.
- Voorlopige aanslag: In een voorlopige aanslag kan de Belastingdienst nog geen rekening houden met het werkelijke rendement, omdat het jaarrendement en de koersontwikkeling vooraf nog niet bekend zijn.
Accumulerende en distribuerende ETF’s in box 3
Onder beleggers heerst regelmatig verwarring over het verschil tussen accumulerende en distribuerende fondsen voor de Nederlandse belasting:
Een accumulerende ETF herbelegt ontvangen dividenden automatisch binnen het fonds, waardoor de intrinsieke waarde van het fonds stijgt. Een distribuerende ETF keert het dividend periodiek contant uit naar je beleggingsrekening.
Binnen de standaard fictieve berekening van box 3 wordt de heffing berekend over de waarde van je bezittingen op de peildatum van 1 januari. Bij de fictieve methode is de belasting gebaseerd op de waarde op 1 januari, niet op de ontvangen dividenden. Maak je echter gebruik van de tegenbewijsregeling voor het werkelijk rendement, dan telt daadwerkelijk ontvangen dividend mee als inkomen naast de waardeveranderingen.
Dividendbelasting en dividendlekkage binnen het fonds
Bij beleggen in aandelen en fondsen kunnen er heffingen aan de bron plaatsvinden:
Wanneer een Nederlandse vennootschap dividend uitkeert, moet deze vennootschap doorgaans Nederlandse dividendbelasting inhouden. Deze ingehouden Nederlandse dividendbelasting kun je in het algemeen verrekenen met de inkomstenbelasting, met uitzonderingen; alleen Nederlandse dividendbelasting kan worden verrekend.
Beleg je echter in een internationale ETF die belegt in buitenlandse bedrijven, dan kunnen buitenlandse belastingdiensten al bronbelasting inhouden op de dividenden vóórdat deze het fonds bereiken. Bij fondsen die gevestigd zijn in het buitenland (zoals fondsen met een vestigingsplaats in Ierland of Luxemburg), blijft deze buitenlandse belasting binnen het fonds achter—een effect dat vaak dividendlekkage wordt genoemd. De Belastingdienst staat alleen verrekening van Nederlandse dividendbelasting toe. Buitenlandse belasting die binnen een fonds wordt betaald, is al afgetrokken voordat het inkomen van het fonds bij jou komt; we vonden geen officiële bron die beschrijft hoe je die kunt verrekenen.
Aangifteplicht en de vooraf ingevulde aangifte
Je geeft de waarde van je bezittingen, ook de buitenlandse, op in je belastingaangifte.
De aangifte bevat vooraf ingevulde gegevens (vooraf ingevulde aangifte). Die kunnen onvolledig zijn; je kunt ze zelf aanpassen of aanvullen, bijvoorbeeld met een ontbrekende buitenlandse rekening. Je bank of broker kan een jaaroverzicht verstrekken; controleer wat erop staat. De Belastingdienst ontvangt ook informatie van buitenlandse financiële instellingen via de Common Reporting Standard (CRS). Of een bepaalde buitenlandse broker eronder valt en wat die doorgeeft, staat daar niet; je blijft zelf verantwoordelijk voor het opgeven van buitenlandse bezittingen. Vanaf het belastingjaar 2025 kun je gegevens over werkelijk rendement rechtstreeks doorgeven in de belastingaangifte wanneer je de tegenbewijsregeling wilt benutten.
Tijdlijn van de wetgeving en komende hervormingen
Het wettelijke kader van box 3 kent een reeks belangrijke formele data en stappen:
- 24 december 2021: De Hoge Raad wijst het Kerstarrest, waarin het forfaitaire stelsel in strijd met het EVRM werd verklaard voor belastingplichtigen die over meer dan hun werkelijke rendement werden belast.
- 6 juni 2024: De Hoge Raad oordeelt dat ook de herstel- en overbruggingswetgeving nog in strijd is met het verdrag wanneer het fictieve rendement hoger ligt dan het werkelijke rendement.
- 19 juli 2025: De Wet tegenbewijsregeling box 3 treedt formeel in werking.
- 12 februari 2026: Het wetgevingsvoorstel voor een permanent stelsel, de Wet werkelijk rendement box 3 (Kamerstuk 36.748), wordt aangenomen door de Tweede Kamer. Op 20 oktober 2026 ligt het voorstel bij de Eerste Kamer.
- 2 oktober 2026: Het kabinet vraagt de Raad van State om spoedadvies over een novelle die financiële instrumenten vanaf 2028 volgens vermogenswinst zou belasten. Het advies wordt eind oktober 2026 verwacht.
- Begin 2027: De Belastingdienst stelt de definitieve fictieve percentages vast voor banktegoeden en schulden over het belastingjaar 2026.
- 1 januari 2028: De datum waar het kabinet op mikt voor het nieuwe stelsel van werkelijk rendement, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring; de novelle kan het ontwerp voor 2028 wijzigen.
Overzicht van kernbegrippen in box 3
In het onderstaande overzicht staan de centrale wettelijke begrippen samengevat:
| Concept | Wettelijke betekenis | Toepassing in de praktijk |
|---|---|---|
| Fictief rendement | Forfaitair rendementspercentage door de wetgever per categorie vastgesteld | Uitgangspunt voor de standaard voorlopige en definitieve aanslag |
| Peildatum | Waardering van bezittingen en schulden op 1 januari van het belastingjaar | Bepaalt de grondslag voor de standaard forfaitaire heffing |
| Werkelijk rendement | Gerealiseerde en ongerealiseerde koersresultaten plus ontvangen dividenden | Basis voor de tegenbewijsregeling wanneer dit lager is dan fictief |
| Tegenbewijsregeling | Wettelijke regeling (in werking sinds 19 juli 2025) om lager werkelijk rendement te bewijzen | Biedt rechtsherstel voor belastingplichtigen bij tegenvallende rendementen |
| Heffingsvrij vermogen | Vrijgesteld bedrag aan vermogen binnen de forfaitaire berekening | Geldt in het fictieve stelsel; vervalt bij bepaling van werkelijk rendement |
Wat kun je bespreken met een belastingadviseur?
Omdat belastingregels afhangen van persoonlijke omstandigheden en wetgeving in beweging is, kun je bij complexe situaties advies inwinnen bij een gekwalificeerde belastingadviseur of de Belastingdienst over de volgende punten:
- Hoe buitenlandse brokerrekeningen en dividenden correct worden ingepast op de peildatum van 1 januari.
- Of het inroepen van de tegenbewijsregeling voor werkelijk rendement in jouw specifieke situatie financieel zinvol is.
- Hoe ingehouden dividendbelasting en buitenlandse bronbelasting op jouw effecten kunnen worden verrekend in de aangifte.
- Welke gevolgen komende wetswijzigingen (zoals de kabinetsnovelle van 2026 en het beoogde stelsel per 2028) hebben voor jouw vermogensplanning op de lange termijn.
Dit is algemene uitleg, geen belasting- of beleggingsadvies. Voor je eigen situatie kun je terecht bij een gekwalificeerde belastingadviseur, een financieel adviseur met een AFM-vergunning of de Belastingdienst.
Veelgestelde vragen
Vallen ETF’s onder box 3 van de inkomstenbelasting?
Ja. Aandelen in beleggingsfondsen vallen in box 3 en worden opgegeven tegen hun waarde op 1 januari. ETF’s zijn doorgaans zulke fondsen.
Wat is de peildatum voor de waardebepaling in box 3?
De wettelijke peildatum is 1 januari van het betreffende belastingjaar. De stand van je vermogen op die datum vormt het uitgangspunt voor de standaard forfaitaire berekening.
Mag ik gemaakte transactiekosten aftrekken van mijn werkelijk rendement?
In het algemeen niet. Kosten kunnen niet worden afgetrokken van het werkelijke rendement (bijvoorbeeld kosten van het kopen of verkopen van aandelen); er zijn uitzonderingen, zoals rente op schulden in box 3.
Is de nieuwe wet voor werkelijk rendement al definitief van kracht?
Nee. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is in februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt op 20 oktober 2026 bij de Eerste Kamer, met een beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2028. Op 2 oktober 2026 vroeg het kabinet de Raad van State om spoedadvies over een novelle. Tot nieuwe wetgeving is bekrachtigd, geldt de overbruggingswetgeving met de wettelijke tegenbewijsregeling.
Gerelateerde pagina’s en begrippen
- Beginnen met beleggen: stappenplan en grondbeginselen voor ETF-beleggers
- Wat kost een ETF echt?: inzicht in lopende kosten, spreads en kosten-erosie
- Begrip: Box 3: overzicht van de vermogensrendementsheffing
- Begrip: Heffingsvrij vermogen: toelichting op de wettelijke vrijstelling
- Begrip: Dividendbelasting: regels rondom voorheffing en verrekening
- Begrip: Dividendlekkage: niet-verrekenbare buitenlandse bronheffingen binnen fondsen
- Begrip: Accumulerend: werking van dividendherbelegging binnen het fonds
Bronnen
- Belastingdienst: Bezittingen en schulden in box 3, Berekening box 3-inkomen en Wat is mijn werkelijk rendement.
- Rijksoverheid: Tijdlijn rechtsherstel box 3 en Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3.
- Eerste Kamer der Staten-Generaal: nieuwsbericht van 6 oktober 2026 over het mondeling overleg over box 3.
- Tweede Kamer: Wetsvoorstel 36.748 (Wet werkelijk rendement box 3).
- Hoge Raad der Nederlanden: Kerstarrest van 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1963) en arresten van 6 juni 2024.