Stazora

Nederlands

Timing van je inleg: ineens, gespreid of later?

Maakt het uit wanneer je geld erin gaat? Kies een vergelijking: een bedrag ineens of gespreid over een aantal maanden inleggen, of hetzelfde maandbedrag nu of een paar jaar later beginnen.

Ineens of gespreid: een rekenvoorbeeld

€10.000 over 10 jaar bij 6% per jaar en 0,14% lopende kosten eindigt op €17.942 als het ineens wordt ingelegd en op €17.385 als het over 12 maanden wordt gespreid: €557 minder. Het grootste deel van dat verschil ontstaat in het eerste jaar (€329), zolang een deel van het geld nog wacht; daarna groeit het alleen nog mee met het rendement.

Nu of later beginnen: een rekenvoorbeeld

€200 per maand over 30 jaar eindigt op €195.607, met €72.000 ingelegd. Begin je 5 jaar later, dan eindigt het op €135.651, met €60.000 ingelegd: €59.956 minder aan het eind, voor €12.000 minder inleg. De 6% is een rekenvoorbeeld, geen voorspelling.

NaNu beginnen: ingelegdNu beginnen: saldoLater beginnen: ingelegdLater beginnen: saldo
5 jaar€12.000€13.904€0€0
10 jaar€24.000€32.528€12.000€13.904
20 jaar€48.000€90.891€36.000€57.475
30 jaar€72.000€195.607€60.000€135.651
€200 per maand, 6% per jaar vóór kosten, 0,14% lopende kosten, de late start na 5 jaar.

Zo rekent het. Beide vergelijkingen gebruiken hetzelfde netto maandrendement, (rendement − lopende kosten) ÷ 12, en inleg aan het eind van de maand. Bij “ineens of gespreid” gaat het hele bedrag aan het begin in, of in gelijke delen over de maanden die je kiest; geld dat nog wacht, levert niets op. Bij “nu of later” loopt hetzelfde maandbedrag vanaf vandaag of pas na het aantal jaren dat je kiest.

Zo lees je de uitkomst. Met een constant positief rendement eindigt eerder beleggen altijd hoger. De tool laat dus zien hoe groot die voorsprong is, niet of hij er komt. Wie later begint, eindigt precies waar de vroege starter vijf jaar voor het eind stond: de jaren die ontbreken, zijn de laatste en grootste. In echte markten bepaalt de volgorde van rendementen welke manier hoger eindigt.

Wat het niet is. Geen voorspelling en geen advies. De berekening gaat uit van een constant rendement, terwijl echte markten stijgen en dalen. Belasting, transactiekosten en inflatie zitten er niet in, en geld dat nog wacht op belegging krijgt in de berekening geen rente.

Waar het vandaan komt. Alleen de formule van de ETF-calculator en je eigen invoer. De tool gebruikt geen externe gegevens en slaat niets op.

De rekensom, stap voor stap

Elke maand wordt het saldo vermenigvuldigd met één plus het netto maandrendement, en wordt de inleg van die maand aan het eind erbij opgeteld. Het netto maandrendement is het jaarrendement min de lopende kosten, gedeeld door 12. Bij 6% en 0,14% is dat (6 − 0,14) ÷ 12 = 0,4883% per maand, dus €1.000 wordt na één maand €1.004,88. De tool herhaalt deze stap voor elke maand van de looptijd en rondt elke keer af op hele centen. Dit is een illustratie met een aangenomen vast rendement, geen voorspelling; echte rendementen kunnen negatief zijn en rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Een derde situatie: een groter bedrag, langzamer spreiden, lange looptijd

Neem €25.000 en een looptijd van 15 jaar, tegen 6% per jaar en 0,14% lopende kosten. Ineens ingelegd eindigt het op €60.084; gelijkmatig gespreid over 24 maanden eindigt het op €56.566. Het verschil is €3.517, waarvan €1.164 na het eerste jaar al zichtbaar is. Bij een langere spreiding wacht er meer geld voor langere tijd, dus het verschil groeit met het aantal maanden, maar het blijft klein ten opzichte van het totaalbedrag omdat de wachttijd kort is naast 15 jaar.

Nu de andere vergelijking met andere getallen: €150 per maand gedurende 25 jaar eindigt op €101.738 met €45.000 ingelegd. Hetzelfde maandbedrag, 10 jaar later gestart, loopt 15 jaar en eindigt op €43.106 met €27.000 ingelegd. Het verschil aan het eind is €58.632, terwijl wie later begint €18.000 minder inlegde. Deze cijfers zijn een illustratie bij een aangenomen 6%, geen voorspelling; echte rendementen kunnen negatief zijn en rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Veelgemaakte fouten bij het lezen van het resultaat

  • Eén voorbeeld zien als bewijs dat één manier wint. De uitkomst hangt af van de weg die de markt aflegt, en die weet niemand vooraf.
  • De kosten van wachten negeren. Geld dat voor later achterblijft verdient intussen niet het aangenomen rendement.
  • Opties vergelijken met verschillende totaalbedragen. De tool is het duidelijkst als in beide gevallen hetzelfde totaal wordt belegd.

Wat de berekening weglaat

De tool gebruikt elke maand hetzelfde rendement. Echte markten doen dat niet: als je een bedrag spreidt over maanden waarin de koersen dalen, kan de gespreide variant hoger eindigen dan ineens inleggen, en bij stijgende markten andersom. Geld dat wacht levert hier niets op, terwijl het in de praktijk misschien wat rente oplevert. Er zit niets in voor transactiekosten, belasting of inflatie, en de tool zegt niets over hoe je een daling zou ervaren of of je het geld met rust zou kunnen laten. Die dingen tellen in het echt mee en vallen buiten een berekening als deze. Gebruik de cijfers om te zien hoe tijd en timing samenhangen, niet om te bepalen wat je moet doen.

Vragen over timing

Is alles ineens inleggen altijd beter?

In deze berekening wel, omdat het rendement constant en positief is: geld dat eerder erin gaat heeft meer tijd om te groeien, zoals het verschil van €557 in het eerste voorbeeld laat zien. In echte markten stijgt en daalt de koers, dus de volgorde van de rendementen bepaalt welke manier hoger uitkomt. De tool laat zien hoe groot de voorsprong is, niet wat er gaat gebeuren.

Wat gebeurt er met geld dat nog moet worden ingelegd?

In de berekening levert het niets op. Daarom eindigt een bedrag dat over 12 maanden is gespreid in het voorbeeld lager: een deel van het geld ligt een tijd stil. Krijg je in het echt rente over het wachtende geld, dan is het verschil kleiner.

Waarom kost vijf jaar later beginnen veel meer dan vijf jaar inleg?

Omdat de ontbrekende jaren de laatste en grootste zijn. In het tweede voorbeeld leg je €12.000 minder in, maar eindig je €59.956 lager: de vroege stortingen hebben de meeste tijd om te groeien, en wie later begint mist die tijd voor al zijn stortingen.

Verder lezen: