Noodbuffer berekenen
Hoe lang duurt het om een buffer voor onverwachte kosten op te bouwen? Vul je maandelijkse uitgaven in, het aantal maanden dat je opzij wilt zetten, wat je al hebt en wat je per maand kunt toevoegen.
Twee rekenvoorbeelden
Bij €2.000 aan uitgaven per maand en een doel van 3 maanden is de buffer €6.000. Begin je met €0 en leg je €500 per maand bij, zonder rente, dan duurt het 12 maanden. Met €200 per maand duurt het 30 maanden.
Een grotere buffer: 6 maanden van €2.000 is €12.000. Begin je met €1.000, leg je €300 per maand bij en vul je 2% rente per jaar in, dan haalt de tool het doel na 36 maanden, met €12.183. Daarvan was €1.000 er al, is €10.800 bijgelegd en is €383 rente. De 2% is alleen een voorbeeldrente.
Zo rekent het. Het doel is je maandelijkse uitgaven maal het aantal maanden dat je kiest. Daarna telt de tool maand voor maand op: nieuw saldo = oud saldo × (1 + rente ÷ 12) + maandelijkse aanvulling, tot het saldo het doel bereikt. Zonder rente is het simpelweg het tekort gedeeld door de maandelijkse aanvulling, naar boven afgerond op een hele maand.
Zo lees je de uitkomst. Het antwoord is het aantal maanden tot het doel voor het eerst gehaald is, met het saldo in die maand. Op korte termijn maakt rente weinig uit: in het tweede voorbeeld is het €383 over drie jaar. Wat je elke maand bijlegt, bepaalt vooral hoe lang het duurt.
Wat het niet is. Een rekensom met jouw getallen, geen advies. Hoeveel maanden aan uitgaven je opzij zet, hangt af van jouw situatie en de tool zegt daar niets over; daarom is het aantal maanden bewust niet ingevuld. Rente kan op elk moment veranderen, en belasting en inflatie zitten er niet in. Na 50 jaar stopt de tool.
Waar het vandaan komt. Alleen de formule en je eigen invoer. De tool gebruikt geen externe gegevens en slaat niets op.
Vragen over de noodbuffer
Hoeveel maanden aan uitgaven moet ik opzijzetten?
Dat bepaal je zelf, daarom is het veld leeg gelaten. Het hangt af van onder meer hoe stabiel je inkomen is, je vaste lasten en wie van je afhankelijk is. Er is geen getal dat voor iedereen geldt. Twijfel je, dan kan een gekwalificeerd adviseur je helpen kiezen.
Moet ik rente invullen?
Nee. Zonder rente is het antwoord het tekort gedeeld door wat je per maand toevoegt, naar boven afgerond op hele maanden. Krijg je rente op je spaarrekening, dan kun je dat percentage invullen; de 2% in het tweede voorbeeld is alleen een voorbeeldpercentage en rentes kunnen elk moment veranderen.
Waarom duurt een lager bedrag per maand zoveel langer?
Omdat de tijd het tekort gedeeld door het maandbedrag is. In het eerste voorbeeld is het tekort €6.000: bij €500 per maand duurt dat 12 maanden, bij €200 per maand 30 maanden. Een maandbedrag dat 60% lager is, maakt de wachttijd 2,5 keer zo lang.
Zo werkt de berekening
Het doel is je maandelijkse uitgaven maal het aantal maanden dat je kiest. Daarna loopt de tool maand voor maand vooruit. Elke maand komt eerst een maand rente bij het saldo (de jaarrente gedeeld door 12, als je rente hebt ingevuld) en daarna je maandelijkse bedrag, afgerond op de cent. De eerste maand waarin het saldo gelijk is aan of hoger is dan het doel, is het antwoord. Begin je al op of boven het doel, dan is het antwoord 0 maanden, en haalt het saldo het doel niet, dan stopt de tool na 50 jaar.
Eén rekenregel zonder rente: €1.800 aan uitgaven maal 4 maanden is €7.200. Je hebt al €1.500, dus het tekort is €5.700. Bij €250 per maand is 5.700 ÷ 250 = 22,8, afgerond naar boven 23 maanden. Na 23 maanden is het saldo €1.500 + 23 × €250 = €7.250, net boven het doel.
Twee situaties, met de som erbij
Dit zijn verzonnen situaties. De bedragen en de rente zijn alleen voor het voorbeeld gekozen en niets hier zegt hoeveel iemand zou moeten opzijzetten.
Situatie 1: een hoger bedrag per maand. Neem het doel van €7.200 en de €1.500 die al gespaard is van hierboven. Leg je €400 per maand bij in plaats van €250, dan wordt het tekort van €5.700: 5.700 ÷ 400 = 14,25, dus 15 maanden, met een eindsaldo van €7.500. Dat is 8 maanden eerder voor €150 meer per maand.
Situatie 2: rente bij een groter doel. Iemand geeft €2.400 per maand uit en wil 5 maanden daarvan achter de hand hebben, dus €12.000. Er staat €3.000 en er wordt €400 per maand bijgelegd. Zonder rente is het doel na 23 maanden bereikt, met €12.200. Met een voorbeeldrente van 3% per jaar is het na 22 maanden bereikt, met €12.204. Daarvan was €3.000 er al, is €8.800 bijgelegd en is ongeveer €404 rente. Een rente die elke maand gelijk blijft is zelf al een vereenvoudiging. Leg je met dezelfde 3% €600 per maand bij, dan is het doel na 15 maanden bereikt.
| Bedrag per maand | Rente | Maanden | Saldo aan het eind |
|---|---|---|---|
| €400 | 0% | 23 | €12.200 |
| €400 | 3% (voorbeeld) | 22 | €12.204 |
| €600 | 3% (voorbeeld) | 15 | €12.274 |
Veelgemaakte fouten bij het lezen van het resultaat
- Het aantal maanden zien als aanbeveling. De tool toont hoe lang een gekozen bedrag duurt; het zegt niet hoeveel maanden iemand nodig heeft.
- Onregelmatige kosten, zoals reparaties of verzekeringen, weglaten, waardoor de maandelijkse uitgaven lager lijken dan ze zijn.
- Aannemen dat het maandbedrag nooit verandert. Een maand waarin je de buffer moet aanspreken zie je niet terug.
Wat de berekening weglaat
De tool gaat ervan uit dat je uitgaven, je maandelijkse bedrag en de rente elke maand gelijk blijven, en dat is in het echte leven zelden zo. Stijgende prijzen zitten er niet in, terwijl dezelfde leefstijl later meer kan kosten en het doel dus mee omhoog gaat. Belasting en eventuele grenzen aan wat een bank of rekening aanhoudt of beschermt zijn weggelaten. De tool gaat uit van elke maand hetzelfde bedrag en geen opnames, dus een maand waarin je de buffer moet aanspreken is niet te zien. Rente telt hij maandelijks mee, een twaalfde van het jaarpercentage, terwijl echte rekeningen dat anders kunnen doen, en hij geeft alleen hele maanden. Nergens staat hoeveel maanden aan uitgaven je zou moeten nastreven.
Verder lezen: